Koningin Wilhelmina in de Tweede Wereldoorlog
Eenzaam maar niet alleen
Koningin Wilhelmina en de Tweede Wereldoorlog
Door René Kok
“Ze zijn gekomen!” Met die woorden wekte koningin Wilhelmina in de vroege ochtend van 10 mei 1940 op het Haagse paleis Huis ten Bosch haar dochter. Nadere uitleg was niet nodig: het was prinses Juliana onmiddellijk duidelijk dat Duitse troepen die nacht het land waren binnengevallen. Hoewel Wilhelmina al maanden rekening had gehouden met een Duitse inval was zij, hoewel uiterlijk kalm, diep geschokt. Het liefst had de bijna zestigjarige vorstin zich nog diezelfde ochtend naar het front begeven om er, zo schreef zij later, “zoals Willem III het uitrukte: als laatste man te vallen in de laatste loopgraaf.”.
Los nog van het onhaalbare van die wens kon er van reizen echter geen sprake zijn. In en rond Den Haag waren die eerste oorlogsdag Duitse parachutisten geland, met de opdracht de Koninklijke familie gevangen te nemen en naar Berlijn te brengen. Hitler verwachtte op die manier de Nederlandse weerstand binnen één dag te breken. De opperbevelhebber van leger en vloot, generaal H.G. Winkelman, onderkende het gevaar en verzocht de vorstin dringend het wat afgelegen Huis ten Bosch te verlaten en naar paleis Noordeinde te gaan, midden in Den Haag. Om veiligheidsredenen verbleef de Koninklijke familie voornamelijk in en bij de kleine schuilkelder van het paleis. Het was maar een kleine ruimte; de aanwezigen zaten er als haringen in een ton.
Vanaf de zijlijn, maar uiterst strijdvaardig, volgde Wilhelmina de gebeurtenissen. Contacten met haar ministers waren zo goed als onmogelijk; ook zij zaten in schuilkelders in residentie. Om het voortbestaan van het Huis van Oranje veilig te stellen wilde Wilhelmina al op de eerste oorlogsdag prinses Juliana en haar gezin naar Engeland sturen. Het ontbrak op dat moment echter aan transportmogelijkheden. Twee dagen later, 12 mei, waren die er wel. Zelf piekerde de vorstin geen moment over het land te verlaten. Wel vond ze dat prins Bernhard zijn vrouw en kinderen moest vergezellen. Intussen waren de berichten van de fronten steeds zorgwekkender geworden. De Duitse troepen rukten in snel tempo op. In de vroege ochtend van 13 mei 1940 gaf generaal Winkelman de geëmotioneerde koningin het dringende advies Den Haag te verlaten omdat hij niet langer voor haar veiligheid kon instaan. Zeeland leek de opperbevelhebber de beste bestemming omdat de militaire situatie daar minder ongunstig leek. De Engelse torpedobootjager “Hereward” kreeg opdracht de Nederlandse koningin van Hoek van Holland naar Breskens te varen. Op zee bleek de tocht naar Zeeland echter te riskant: de Luftwaffe was zeer actief boven de Zeeuwse eilanden. Terugkeren was onmogelijk, zodat noodgedwongen koers werd gezet naar Engeland. Een vertrek uit Nederland was echter wel het laatste dat Wilhelmina had gewild; zij brak na deze onverwachte wending dan ook in snikken uit. Omstreeks vijf uur in de middag van 13 mei meerde de “Hereward” af in Harwich. Voor de derde maal in de geschiedenis zette een hoofd van het Huis van Oranje onder dramatische omstandigheden voet op Engelse bodem. Een dag later werd Rotterdam gebombardeerd en capituleerde Nederland.
Het bericht dat koningin Wilhelmina het land had verlaten en in Engeland was gearriveerd, leidde in bezet Nederland tot heftige emoties. Velen voelden zich in deze moeilijke uren in de steek gelaten.
Er was ook wel begrip voor het besluit van de koningin en al spoedig kreeg dit de overhand. Door naar Engeland uit te wijken werd de vorstin bovendien een symbool van verzet en van een vrij Nederland. Geleidelijk ging het Nederlandse volk zich dan ook steeds sterker verbonden voelen met het koningshuis.
De Duitse bezetter was deze ontwikkeling een doorn in het oog. In de media werd de positieve berichtgeving over het Koninklijk Huis aan banden gelegd; in de loop van 1941 werden portretten van nog levende leden van de Koninklijke familie uit openbare gebouwen verwijderd en kregen straten die naar hen waren vernoemd een andere naam.
Bij haar aankomst in Londen was koningin Wilhelmina welkom geheten door de Engelse koning George, die haar onmiddellijk gastvrijheid aanbood in Buckingham Palace. De vorstin was diep geschokt door de snelle capitulatie van het Nederlandse leger, maar had niets van haar strijdbaarheid verloren. Van meet af aan was haar standpunt dat met het nationaal-socialisme Duitsland van Adolf Hitler (door haar steevast en vol haat “die man” genoemd) geen compromis mogelijk was; zij zou uitsluitend terugkeren naar een bevrijd Nederland.
Intussen wilde zij zo dicht mogelijk in de buurt van haar volk zijn. Suggesties van de Nederlandse regering in ballingschap om naar Nederlands-Indië of de Verenigde Staten te vertrekken – een Duitse invasie van Engeland was op dat moment verre van ondenkbaar – wees de koningin resoluut van de hand. Wel nam zij een ook voor haarzelf ingrijpend besluit: om de toekomst van het Huis van Oranje veilig te stellen, moesten prinses Juliana en haar twee kinderen naar veiliger oorden vertrekken. De keuze viel op Canada.
In de bijna vijf jaar die zij in Engeland verbleef, was koningin Wilhelmina in gedachte voortdurend ‘thuis’. Gretig verslond ‘de oude Dame’, zoals zij binnen de Nederlandse gemeenschap in Londen vaak genoemd werd, de berichten die vanuit bezet gebied de Engelse hoofdstad bereikten. Elk illegaal blad, ieder geheim rapport was haar heilig. Het waren immers bewijzen dat ook haar volk zich niet bij de Duitse onderdrukking wenste neer te leggen. Groot respect had Wilhelmina ook voor de ‘Engelandvaarders; Nederlanders die met gevaar voor eigen leven bezet gebied waren ontvlucht om in geallieerde krijgsdienst te treden. Het was haar gewoonte iedere Engelandvaarder onmiddellijk te ontvangen, zodat ze heet van de naald informatie kreeg over de toestand in bezet gebied.
Het verblijf in ballingschap trok een zware wissel op de geestesgesteldheid van koningin Wilhelmina. Zij miste haar dochter en kleindochters en de berichten uit Nederland werden met de dag zorgwekkender. Vóór alles zorgde zij er echter voor dat de buitenwereld niets van haar innerlijke spanningen te zien kreeg. Omdat ze zelf zo weinig kon doen, eiste de vorstin van zichzelf dat zij geen moment onbenut liet. Zelfs in haar schaarse vrije uren zat ze onafgebroken sokken te breien voor soldaten en zeelieden. Door dat alles pleegde Wilhelmina roofbouw op zichzelf. Ze slikte veel pervitine om op de been te blijven en op bezoekers maakte ze vaak een nogal overspannen indruk.
In bezet Nederland probeerde de bevolking zo goed mogelijk op de hoogte te blijven van het wel en wee van de Koninklijke familie. Langs de Duitse censuur passeerden slechts negatieve berichten over de “ex-koningin”, veelal uit de koker van de NSB-pers. Belangstellenden waren dan ook aangewezen op de illegale pers, op strooibiljetten die door Engelse vliegtuigen boven Nederland werden uitgeworpen, en vooral op Radio Oranje, de officiële zender van de Nederlandse regering in Londen. Op 28 juli 1940 was het station voor het eerst in de lucht, met een openingstoespraak van koningin Wilhelmina. In de jaren daarop sprak de vorstin nog tientallen malen voor de microfoon van Radio Oranje. Elk van die toespraken, waarop de koningin lang zwoegde, maakte diepe indruk op de luisteraars in bezet gebied. Vóór de oorlog had koningin Wilhelmina op de bevolking steeds een afstandelijke en strenge indruk gemaakt. Voor de grote massa was zij altijd een onbekende gebleven. Door haar onverzettelijke houding in de strijd tegen nazi-Duitsland groeide de vorstin echter in korte tijd uit tot ‘de moeder van het verzet’.
Naarmate de oorlog vorderde kreeg de vorstin steeds sterkere heimweegevoelens. Regelmatig sprak ze hierover met andere Europese staatshoofden die hun land hadden moeten ontvluchten en vanuit Londen hun taak zo goed en zo kwaad mogelijk voortzetten. Veel steun ontving Wilhelmina ook van het Britse koningspaar bij wie ze regelmatig te gast was. Tijdens een van die bezoeken deelde koning George haar mee dat zij was opgenomen in de Orde van de Kouseband, de belangrijkste Britse ridderorde.
Met Winston Churchill had Wilhelmina regelmatig contact. De Engelse oorlogsleider had veel respect voor de strijdlust van de Nederlandse vorstin en beschreef haar eens half schertsend als ‘de enige vent in de Nederlandse regering’. Een andere oorlogsleider met wie zij het, ook in de persoonlijke sfeer, goed kon vinden was de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt. In de zomer van 1942 bracht zij een bezoek aan de Verenigde Staten om op het Witte Huis met hem te spreken over de naoorlogse vrede.
In de lente van 1944 leek de bevrijding van Nederland eindelijk dichterbij te komen. Maastricht was de eerste Nederlandse stad die bevrijd werd, op 14 september 1944. Wilhelmina was juist in gesprek met een Engelandvaarder toen het heuglijke nieuws binnenkwam. Onmiddellijk liet zij het rood-wit-blauw hijsen. Zuid-Nederland was in de herfst van 1944 bevrijd gebied, maar ten noorden van de grote rivieren bleef Nederland zuchten onder het Duitse juk. De ruim zes maanden die daar volgden zouden bekend worden als de ‘hongerwinter’, één van de grootste rampen uit de Nederlandse geschiedenis.
Wilhelmina werd vanuit Zuid-Nederland nauwgezet op de hoogte gehouden van de barre omstandigheden in het nog bezette deel van Nederland. In deze periode voelde zij zich machtelozer dan ooit.
Twee keer deed de koningin Wilhelmina twee keer een poging gedaan zich, in navolging van haar schoonzoon prins Bernhard, in het bevrijde Zuiden te vestigen. Beide keren werden de pogingen verijdeld door de Nederlandse regering in ballingschap, die vond dat de veiligheid van het staatshoofd onvoldoende gewaarborgd was. Wel werd de hevig teleurgestelde koningin in maart 1945 in de gelegenheid gesteld een rondreis door het Zuiden te maken. Zij genoot van haar reis door bevrijd gebied, maar haar verlangen naar ‘huis’ werd er alleen maar door aangewakkerd.
Toen eind april duidelijk werd dat de capitulatie van Duitsland nog slechts een kwestie van tijd was, maakte de koningin aanstalten voor haar definitieve terugkeer. Als datum koos ze de 30ste april, de verjaardag van prinses Juliana; bij wijze van verrassing wilde ze die dag samen met haar dochter in Nederland aankomen. Tot haar grote teleurstelling maakten de slechte weersomstandigheden de vliegreis vanuit Engeland echter onmogelijk. De overtocht vond daarom plaats op 2 mei. Twee dagen later capituleerden de Duitse legers in Noordwest-Europa. Wilhelmina was die avond net klaar met het avondeten toen een van haar adjudanten, Engelandvaarder Peter Tazelaar, de kleine salon op ‘Anneville’ binnenstormde en opgewonden riep: ‘De wapenstilstand is getekend, de vrede is er!’ Diezelfde avond trok een grote menigte uit Breda en omgeving naar Ulvenhout om koningin en prinses toe te juichen.
Op 5 mei gaven de Duitse troepen in Nederland zich over in hotel ‘De Wereld’ te Wageningen. ’s Avonds sprak koningin Wilhelmina voor de in Eindhoven gevestigde radiozender ‘Herrijzend Nederland’. Bijna een jaar eerder al had zij de eerste ontwerpen gemaakt voor deze bevrijdingstoespraak en er sindsdien voortdurend aan gesleuteld.
‘Mannen en vrouwen van Nederland. Onze taal kent geen woorden voor hetgeen in ons aller hart omgaat in deze ure der bevrijding van geheel Nederland. Eindelijk zijn wij weer baas op eigen erf en aan eigen haard; verslagen is de vijand van oost naar west en van zuid naar noord; verdwenen het vuurpeloton, de gevangenis en het martelkamp. Voorbij is de nameloze druk van de vervolger welke vijf jaar lang u heeft gekweld; voorbij is de verschrikking van de hongersnood (…) Laten wij allen de handen thans ineenslaan, gedreven door onze innerlijke kracht, onze plicht verstaan en niet achterblijven op de weg, waarop zij, die wij zo hoge in ere houden, ons voorgingen. De weg, die zij met hun hartebloed ons hebben gewezen.’
